Bollenveld

Koster’s schilderijen beeldde slechts een deel van het tijdrovende proces van bollenteelt: de bloei in het voorjaar. Arbeiders, gekleed in karakteristieke kleding, worden afgebeeld terwijl ze zieke bolgewassen opsporen, tulpen koppen of hyacinten ritsen (om de groei van de bollen te bevorderen). Ze dragen vaak kopmanden, waarin de afgesneden bloemkoppen worden verzameld. De percelen hadden een standaard oppervlakte: 2600 tot 2900 vierkante meter. Elk perceel is beplant met dubbele rijen bedden, die in elkaars verlengde de vaste maat hebben van drie Rijnlandse roeden, oftewel 11,30 meter. Tussen de percelen in staan beukenhagen; ze dienen om de wind en opstuivend zand tegen te houden en om de verspreiding van ziektekiemen te voorkomen. Het veld bestond uit dubbele rijen bedden en beukenhagen tussen de percelen om wind en ziektekiemen tegen te houden. De bollen zijn, na de vermeerdering in de winter, het eindproduct van een zorgvuldig proces dat de afnemers in staat stelt om prachtige bloemen te kweken. Koster legt zo niet alleen de kleurenpracht van de streek vast, maar ook de essentie van arbeid en zorg die de bollenteelt vereist. – Op de bovenverdieping van het museum leer je meer over de werkzaamheden in de bollenteelt per seizoen.

Bijbehorende schilderijen:

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    Studie in de hyacintenvelden

Een klein formaat schilderijtje dat Koster waarschijnlijk ter plekke heeft geschilderd, in een kenmerkende compositie met verdwijnend perspectief en hoge horizon. 

Achter elkaar bedden met roze, blauwe en witte hyacinten en achterin waarschijnlijk ook nog rode tulpen. Goed is te zien dat het pad verdiept is ten opzichte van de bloembedden ter wille van de waterhuishouding.  

Dit schilderijtje kocht Kosters huisdame, mevrouw Meeter-Negrijn, in 1924. Op de achterkant zit een etiket met haar naam en het jaartal van aankoop. 

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    Tulpen koppen

Een compositie die Koster wel vaker toepaste: een pad dat van voren naar achteren loopt naar een afsluitende rand met bomen en gebouwen. 

Mooi is het bollenbedrijf uitgebeeld: de arbeiders – gekleed in de gebruikelijke kledij van manchester broek, blauw hemd en eventueel een vest – zijn bezig de bloemkoppen te verwijderen. Dat is noodzakelijk in de bollenteelt: de planten zullen daardoor hun groeikracht gebruiken voor de vorming en ontwikkeling van nieuwe bollen en niet voor zaadvorming.

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    De bollenvelden bij Haarlem

Spitse rietschelven schijnen zeldzamer te zijn geweest, maar die bestonden ook. Koster schilderde bijna altijd langwerpige, afgeplatte rietschelven. Af en toe schilderde hij spitse rietschelven, zoals ook op dit werk te zien is.

(Kijk op de tussenwand achter u om de onderstaande schilderijen te bekijken)

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    Bollenveld achter de houtwal, Lisse

Op het bollenveld achter de houtwal heeft Koster een aantal arbeiders afgebeeld. Koster beeldde op zijn schilderijen vaak maar een paar arbeiders af. In de werkelijkheid waren het er waarschijnlijk veel meer, vooral in het drukke voorjaarsseizoen.

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    Bloeiende tulpen en bloeiende vruchtboom 

Dat dit een laat werk is, is te zien aan de zachte tinten die Koster gebruikte. Daar is de pasteltechniek bij uitstek geschikt voor. Bloemen, bloeiende bomen, achtergrond en wolkenlucht zijn vaag weergegeven, vooral om sfeer te creëren. 

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    Bollenvelden in bloei

Als kijker naar dit landschap sta je op een hoog standpunt, wellicht een overblijfsel van een strandwal. Koster geeft de tulpenbedden hier weer als gekleurde vlakken met kleine kleurnuances. Het zandpad met de elzen en de schaduwen van de bomen heeft hij een paarse gloed gegeven, net zoals de Franse impressionisten voor hem deden die ontdekten dat schaduwen niet grijs zijn, maar gekleurd.  

De bomen zijn gesnoeide elzen. Elzen en beukenhagen vormden ‘singels’ rondom de bloembollenvelden. Ze dienden tot windscherm, maar ook om de verspreiding tegen te gaan van schimmels en bacteriën die ziekten van de bollen zouden kunnen veroorzaken.