Rietschelven

In de idyllische landschappen van Koster komen vaak rietschelven voor: grote hopen verzameld riet. Ze waren meestal langwerpig van vorm, en enigszins afgeplat aan de bovenkant. Deze schelven, soms tot wel vijf meter hoog, werden zorgvuldig aangelegd o.a. om het rotten tegen te gaan. De schelf had een brede top, zodat aflopend regenwater de voet niet kon raken. Als de schelf goed werd gebouwd, kon je er zelfs onder schuilen. 

Ter bescherming tegen vorst, werden in de herfst de jong geplante bolgewassen afgedekt met riet. In het voorjaar werden de velden weer ontdekt, waarbij het gebruikte riet opnieuw opgestapeld werd voor het volgende seizoen. Het opstapelen was een klus wat soms wel weken kon duren.

Bijbehorende schilderijen:

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    Late tulpen en riethoop bij Bennebroek

In het oog springend in dit landschap is de hoge rietschelf. Het gebouw daarachter zal een bollenschuur zijn en in de verte is het kerktorentje van Bennebroek te zien. Het moet vroeg in het voorjaar zijn. Het riet is van het land gehaald en zorgt voor een hoog opgetaste riethoop. De beukenhaag begint net uit te lopen en op het veld zijn de tulpen nog lang niet allemaal uitgekomen.

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    Bollenveld met witte hyacinten

Een arbeider is hyacinten aan met het ritsen: het verwijderen van de nagels (afzonderlijke bloemetjes). Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat de zaadvorming geen voedsel aan de bollen onttrekt. 

  • Anton L. Koster (1859-1937)
    Hyacinten- en tulpenvelden bij Hillegom

Een ongewone compositie. De streng geordende bedden met tulpen en hyacinten zijn gezien vanaf een hoog standpunt. Beukenhagen scheiden te percelen. Op de voorgrond bedden met tulpen van bollen die nog te klein zijn om volop te bloeien. In het veld twee rietschelven. Op de achtergrond de toren van de Maartenskerk in Hillegom. 

Aan de lichte kleuren te zien is het schilderij een laat werk, uit de tweede helft van de jaren twintig.